Prof. dr. J. Popken

Jan Popken zag het levenslicht op 14 december 1905 in wijk C nr.123 te Hijkersmilde. Zijn ouders waren Jan Popken en Jantje Hofman. Het was in Jans jonge jaren heel bijzonder dat iemand van gewone afkomst mocht gaan studeren. Hoewel zijn ouders geen onderwijzer, arts of predikant waren, mocht en kon hij toch gaan studeren.
Vader Jan Popken sr. had een bloeiend landbouwbedrijf en was tevens dorsondernemer en had op het hoogtepunt van zijn bedrijf twee dorsmachines tot zijn beschikking en honderd arbeiders in dienst. Deze omstandigheden maakte het voor Jan jr. mogelijk om aan de Rijksuniversiteit in Groningen wiskunde te gaan studeren. Daar bleek hij een bijzondere aanleg voor te hebben en al tijdens zijn studie werden zijn examens gekenmerkt met het predicaat cum laude. Na zijn afstuderen was hij leraar wiskunde in Den Haag, Veendam en Ter Apel. Jan ging ook wetenschappelijk onderzoek doen aan de universiteit te Groningen en dit resulteerde op 12 juli 1935 in een promotie cum laude tot doctor in de wis- en natuurkunde. De titel van zijn proefschrift was: ‘Uber arithmetische Eigenschaften analytischer Funktionen’. Volgens zijn leermeester prof. dr. J.G. van der Corput was het  proefschrift één van de beste op mathematisch (wiskundig) gebied dat in
Prof. dr. J. Popkendat in de twintigste eeuw in Nederland was verschenen. Ook heeft Jan in 1932 gedurende zes maanden gestudeerd aan de universiteit van Gottingen onder leiding van de getallentheoreticus Edmund Landau.
Terug naar Nederland
In Gottingen werd hij van nabij geconfronteerd met de opkomst van de nazi's en het antisemitisme. Door deze ervaringen keerde hij naar Nederland terug. In 1937 was hij privaatdocent aan de Rijksuniversiteit te Groningen en van 1940-1942 had hij dezelfde functie in Leiden. Omdat de universiteit Leiden zich verzette tegen de Duitse bezetting werd de universiteit gesloten en verloor Jan zijn baan. Hij heeft in het verdere verloop van de oorlog deelgenomen aan verzetsactiviteiten. Jan Popken heeft ook nog gestudeerd in het Zweedse Gotenborg en in Minneapolis, Minnesota (USA). Na de oorlog was hij van 1945 tot 1947 wetenschappelijk medewerker aan de universiteit van Groningen en in 1947 werd hij gewoon hoogleraar aan de universiteit van Utrecht. Op 1 januari 1955 werd hij tot hoogleraar aan de universiteit te Amsterdam benoemd. Jan hield bij zijn inaugurale rede op 11 maart 1957 een vermakelijk geschreven rede die voor een groot publiek toegankelijk was. Behalve over de geschiedenis van de wiskunde en de bloei die het kende tijdens het Griekse rijk beschrijft hij ook een komisch citaat van Bertrand Russel met het bewijs dat 1=2, uitgaande van het feit dat hij de Paus is: "Als ik de Paus ben, dan zijn de Paus en ik twee, dus 1=2".
Sinds mei 1954 was hij tevens lid van de academie voor wetenschappen. Hij heeft een groot aantal publicaties op zijn naam staan voornamelijk op het gebeid van getallentheorie en de analyse. Ook had Jan grote belangstelling voor de geschiedenis van de wiskunde. Hij heeft hierover college gegeven aan de universiteit van Berkeley in Californie. Jan was getrouwd met Catharina Cornelia Johanna ten Cate. Uit dat huwelijk zijn drie kinderen geboren. Jan Popken stief 6 augustus 1970 te Amsterdam en zoals zijn leermeester opmerkte een leemte achterlatend in de getallenleer en bij een ieder die hem heeft gekend.

Meer in Levend verleden nummer 3 - 2011

©de Smilde 2011-2014