De Smilde

Meppel werd basis na omzwervingen

Toch zijn er wel argumenten te bedenken: Meppel was van Amsterdam uit gemakkelijk te bereiken want nagenoeg dagelijks voeren over de Zuiderzee wel schepen tussen beide plaatsen. Bovendien was Meppel de toegangspoort tot een gebied dat in opkomst leek en het was, ondanks het geringe aantal inwoners, wel een plaats waar handel, scheepvaart en in¬dustrie zich ontwikkelden.

De in 1676 in Maarssen gebo¬ren Matthijs de Vroome ging de geschetste route. Na veel om-zwervingen verhuisde hij in 1720 naar Meppel waar hij in 1750 overleed. Hij trouwde vier keer, niet omdat hij een ‘rokken¬jager’ was; zijn eerste drie vrouwen stierven, evenals de baby's, steeds vrij kort na een bevalling. Ook in zijn vierde huwelijk leek het er op dat zich geen opvolger zou aandienen. De Vroome was inmiddels 57 jaar toen hij in ok¬tober 1733 met de bijna 20-jari¬ge Geeske Honcke trouwde. Het eerste kind uit dat huwelijk werd een jaar later in augustus geboren. ‘Nog steeds bleek dat het leven van een kraamkind zeer broos was’, schrijven B. Jonker, J.B. Ludwig en A.N. Wind in het boek ‘Matthijs de Vroome, van Maarssen naar Meppel’ (Uitgeverij Krips Repro Meppel; ISBN 90.6497-016-5; f 35.-). U begrijpt het al, ook dit kind overleed. En zo had Matthijs nog steeds geen opvol¬ger in de mannelijke lijn. Geluk¬kig keerde het tij want er kwa¬men nog vijf kinderen, die wel in leven bleven en daarbij was één jongen, Matthijs, die op 5 no¬vember 1742 werd geboren.

Stamvader
De uit Maarssen afkomstige Matthijs kan dus worden be¬schouwd als de stamvader van de Drentse tak De Vroome. Uit het onderzoek van het drietal auteurs blijkt dat Matthijs in het huwelijksleven de nodige te¬genslagen kende maar maatschappelijk gezien een ze¬kere welstand had. Toen hij ont¬dekte dat men het in Meppel op prijs stelde dat begrafenissen geschiedden onder klokgelui besloot hij in 1731, na zijn derde huwelijk, aan de kerk duizend gulden te schenken voor de aan¬koop van een kerkklok. Op de klok werd gegraveerd 'Deze klok is gegeven van Matthijs de Vroome tot Meppel Int jaar 1731 betuige ik Scholtes van Meppel G.H. van der Woude. Me Fecunt de Grave et N. Muller. Amster¬dam'. De luidklok woog 1.503 pond en was 'van een zeer mooye klank en van de allerbeste spijse gegoten'. De klepel raakte in de tweede helft van de vorige eeuw zoek. Wat bleek, men had deze gebruikt als contra-gewicht voor de kerkhofbrug. Bij reparatie¬werkzaamheden aan de brug kwam de klepel weer 'boven wa¬ter' en werd toen teruggehangen in de klok. In 1944 is de luidklok door de Duitsers geroofd.
Het is niet moeilijk om argu¬menten te vinden om Meppel aantrekkelijk te maken, maar dan nog blijft de vraag wat een Westerling kan hebben bewogen om naar Drenthe te verhuizen. In de periode dat Matthijs in Amsterdam bij een nicht ver¬bleef was hij in contact gekomen met mensen, die afkomstig wa¬ren uit Meppel of er relaties hadden. Bovendien had hij op zijn tochten naar de Oost veel geluisterd naar de verhalen van Scandinavische en Noordduitse schepelingen op de Oostin¬diëvaarders als zij vertelden van de tochten uit hun geboor¬testreek naar het Meppeler beurtschip dat hen naar het Oost-Indisch Huis in Amsterdam had gebracht.
Hij trouwde voor de eerste keer in l709; drie jaar later overleed zijn echtgenote, ver¬moedelijk bij de geboorte van hun tweede kind (het eerste kind was in 1710 kort na de geboorte ook overleden). In 1713, Matthijs was inmiddels 37 jaar, besloot hij aan te monsteren op een van de VOC-schepen. Waar¬schijnlijk werd hij aangenomen door bemiddeling van een voor-aanstaande dorpsgenoot, die schepen had bij de VOC en een van de bewindvoerders was van de Kamer van Amsterdam. Dat was en heel andere 'binnenkomer' dan aan te monsteren via een zogenaamde volkhouder of zielverkoper, de voorloper van de koppelbaas. In die tijd moest men drie keer per jaar ongeveer duizend man werven; de VOC deed dat niet zelf maar besteed¬de dat ronselen uit aan deze tus¬senpersonen.
In oktober 1713 vertrok De Vroome voor zijn eerste reis; twee maanden later kwam het schip de Gansenhoeff aan in Batavia. Daar maakte hij met een ander schip eerst nog een tocht langs andere eilanden in de Oost en in september 1715 werd met de Gansenhoeff de terugreis aanvaard. In mei 1716 werd de rede van Texel bereikt. Drie jaar later monsterde hij aan voor zijn tweede reis, die duurde tot het voorjaar van 1724. Hij had tij¬dens de eerste oversteek de ogen goed de kost gegeven en gezien dat sommige schepelingen nego¬tie meenamen en een eigen han¬deltje dreven. Volgens de au¬teurs moet Matthijs op de tweede reis ook een graantje hebben meegepikt, want ‘in elk geval blijkt later dat Matthijs de Vroome niet onbemiddeld was’. Dat blijkt onder meer uit ar¬chiefstukken waarbij sprake is van geldleningen zoals aan scheepsjager Gerrit de Haas uit Nieuw-Maarseveen, waarbij als onderpand diende 'sijn jaagschuytpaard, zeil en treyl daaraan toebehoorende'.
Toen hij besloten had zich in Meppel te vestigen kreeg De Vroome te maken met een 'bur-gerschapsacte' uit 1644. Hij moest een bewijs van goed ge¬drag kunnen overleggen met een beschrijving van zijn hele 'levenshandel ende wandel'. Zijn zwager, notaris De Jong in Maarssen zorgde voor de zoge¬naamde akte van naamsbevesti¬ging en toen De Vroome ook zijn financiële verplichtingen tege¬nover kerspel en kerk had afge¬werkt kon hij voldoen aan de Meppeler eisen van burger¬schap. Het boek over zijn leven is niet alleen interessant voor de nazaten van deze Drentse stam¬vader, ook andere belangstellen¬den in de geschiedenis vinden er wel iets van hun gading in.

Onderstaande personen zijn dus eigenlijk allemaal naar stamvader Matthijs vernoemd.
De lijst is afkomstig uit het parenteel van Matthijs de Vroome die te vinden is op de site van genealogievansmilde.nl
Is de achternaam niet De Vroome, dan is de moeder een De Vroome!
*Marthijs Alberts zou een typefout kunnen zijn.

 

De Vroome

©de Smilde 2011-2014